Het ontstaan van een vastenperiode voor het Paasfeest
Vanaf het ontstaan van het christendom was het voor veel christenen gebruikelijk om op woensdagen en vrijdagen te vasten. Woensdag was een vastendag die in het teken stond van het verraad van Christus. Vrijdag vaste men om Zijn sterven te gedenken. Maar een algemene vastenperiode voor Pasen was er nog niet.
Het ontstaan van een vastenperiode voor het Paasfeest is niet helemaal duidelijk. Eusebius vermeldt dat Irenaeüs in het jaar 192 aan de bisschop van Rome schrijft dat er een grote verscheidenheid aan gebruiken zijn, zowel in de lengte als de manier van het vasten. Irenaeüs vertelt dat er christenen zijn die voor een periode van 40 uur vasten van al het eten. Tertullianus, iemand die aan het einde van de derde eeuw leefde, schrijft over een vastenperiode van twee dagen. In het midden van de derde eeuw schrijft Dionysius dat sommigen deze periode van vasten hebben uitgebreid tot een week.
Epiphanius schrijft in het jaar 403 dat de gebruikelijke lengte van het vasten door de jaren heen naar een week verschoven is. Gedurende deze week aten de christenen alleen 's avonds brood, water en zout. Bij sommigen was het in die tijd ook wel gebruikelijk om 40 dagen achter elkaar vasten. Dit werd vooral in kloosters gedaan. De periode van 40 dagen was hier waarschijnlijk afgeleid van de 40 dagen perioden in de levens van Jezus, Mozes en Elia.
In de jaren 306-323 werden de christenen zwaar vervolgd en veel van hen vluchtten naar de kloosters voor bescherming. Het is dus niet vreemd dat toen de mensen na de vervolgingen weer terugkeerden, de vastenperiode van 40 dagen ook langzaam gebruikelijker werd buiten het klooster.
In de zevende eeuw breidde bisschop Gregorius van Rome - de bisschop van de Westerse Kerk - de inmiddels gebruikelijke vastenperiode van zes weken uit met vier dagen. Daarom startte vanaf die tijd het vasten op een woensdag. Deze dag wordt tegenwoordig ook wel Aswoensdag genoemd. De bisschoppen van de Kerk in het Oosten voegden vervolgens één extra week toe. Daarmee werd de vastenperiode voor Oosterse christenen drie dagen langer dan de vastenperiode van de Westerse christenen.
![]()